Een saucijzenbroodje gemaakt van ganzenvlees, Saucijs Uniq wint FICA award 2021!

Een saucijzenbroodje van ganzenvlees, de studenten van Inholland Willemijn, Joerie, Kirsten, Marleen, Zinzi, Demi en Cas zijn wild van gans en richtten samen Saucijs Uniq op. Saucijs Uniq lost een lokaal probleem op een duurzame manier op in een controversiële markt. Het was de baas van Raaskal, het stagebedrijf van een van de studenten, die een hobby had: jagen. En wel op de watervogels die door de man worden beschouwd als een plaag. Eén en één was twee toen de studenten de opdracht kregen een culinair product te ontwikkelen met een goed verhaal. Willemijn vertelt: “Gans is lastig. Veel mensen vinden het zélfs een beetje spannend om te eten. Het is wild, dus kwamen we uit op de luxere borrelhap: een saucijzenbroodje. Dat ziet er toegankelijk uit.” De studenten schakelde hulp in van kruiden- en specerijenfabrikant Verstegen, om de juiste smaak te vinden. Saucijs Uniq biedt drie verschillende variaties saucijzenbites uit: traditioneel, tijm en paddenstoel-sesam.  Inmiddels is Saucijs Uniq een eigen bedrijf gestart -in samenwerking met Jong Ondernemen – met zelfbedachte en zelfontwikkelde producten onder het motto: “Wild van Gans”. Durf en creativiteit van deze groep werd door FICA tijdens het FICA Winter Event 2021 beloond met de FICA award voor meest duurzame foodproject. Sta jij ook al te watertanden? Bestel jouw saucijzenbites op de website en proef zelf! The post Een saucijzenbroodje gemaakt van ganzenvlees, Saucijs Uniq wint FICA award 2021! appeared first on FICA.nl.

Innovatie en inspiratie tijdens het FICA Winter Event

FICA organiseerde vorige week haar inspirerende Winter Event. Een bijeenkomst waar creativiteit, innovatie, en ondernemerschap binnen de voedselindustrie centraal stonden. Het evenement bracht studenten, ondernemers, en professionals samen om de nieuwste ideeën en ontwikkelingen in de foodsector te delen. Veelbelovende pitches van food startups Een belangrijk onderdeel van het evenement was de presentaties van verschillende startups die deelnamen aan de Food Challenge Ondernemen. Deze uitdaging stimuleert studenten en jonge ondernemers om innovatieve oplossingen te bedenken voor actuele vraagstukken in de voedselindustrie: Team The Korean Kitchen: Een bedrijf dat zich richt op de productie van traditionele, gefermenteerde producten met een moderne twist. Hun missie is om gezondere alternatieven te bieden die duurzaamheid en smaak combineren. Team Koekwaus: Een ambitieuze startup die afvalstromen uit de voedingsindustrie omzet in hoogwaardige koekproducten. Door creatief om te gaan met reststromen dragen ze bij aan de vermindering van voedselverspilling. Team Happy Flaps: Dit team ontwikkelde een vegan pannenkoekenmix, speciaal voor pannenkoekenrestaurants. De mix is eenvoudig te bereiden, eiwitrijk, vezelrijk en vrij van kunstmatige toevoegingen, waarmee ze zich richten op de B2B-markt. Team Spice Up: Een startup die Sriracha-parels aanbiedt als DIY-kit, ideaal voor thuischefs die hun sushi of cocktails willen verrijken met een originele en uitdagende twist. De jonge ondernemers kregen waardevolle feedback van een jury en het publiek, wat hen hielp hun ideeën verder te verfijnen. Aansluiting bij de minor Food Challenge Ondernemen De thematiek van het FICA Winter Event sluit naadloos aan bij de doelstellingen van de minor Food Challenge Ondernemen. Deze minor stimuleert studenten om ondernemend te denken en met creatieve oplossingen te komen voor voedselgerelateerde vraagstukken. Het draait om multidisciplinaire samenwerking, waarbij studenten uit verschillende opleidingen samen aan concrete innovaties werken. Het biedt hen de kans om hun ondernemersvaardigheden te ontwikkelen en een netwerk op te bouwen binnen de foodindustrie. Hoe mooi is dat! Een eigen bedrijf starten, een innovatief product ontwikkelen en het écht op de markt brengen – allemaal terwijl je studeert! Student Shanice: “Het mooiste is dat je het hele proces doorloopt: van concept tot productie en verkoop. Geen theorie, maar echte praktijk.” Het Vonk-traject: Leren van praktijkervaring Naast de pitches presenteerde ook de studenten van Vonk. Waar ze hun concepten voor bedrijven verder ontwikkelen en valideren in een echte marktomgeving. Tijdens het FICA Winter Event deelden de studenten hun inzichten en leermomenten: Het FICA Winter Event was wederom een bewijs van de kracht van samenwerking en innovatie binnen de voedselindustrie. Door jonge ondernemers een platform te bieden, draagt FICA actief bij aan de duurzame toekomst van voeding en ondernemerschap. Met de steun van programma’s als het Vonk-traject en de minor Food Challenge Ondernemen, blijven nieuwe generaties pionieren in deze dynamische sector.

Maak waterlinzen tot aantrekkelijk product mét hoge eiwitkwaliteit

Een consortium van vijf hogescholen – Aeres Hogeschool, HAS green academy, Hogeschool Van Hall Larenstein, Hogeschool Inholland en Hanze Groningen – werkt samen met bedrijven en experts aan een tweejarig onderzoek naar de teelt en toepassing van waterlinzen. De centrale vraag is hoe dit eiwitrijke plantje duurzaam en op grote schaal geproduceerd kan worden, om het als eiwitbron in voedingsmiddelen te verwerken. Een van de werkgroepen binnen het project onderzoekt bewerkingstechnieken om waterlinzen veilig, aantrekkelijk en breed beschikbaar te maken. ”Verse waterlinzen zitten boordevol eiwitten, vitamines en mineralen. Dat willen we ook na de bewerking zo houden.” Het onderzoeksproject rond waterlinzen, ‘Duurzame eiwitten: Eendje meer’, startte eind 2023. Waterlinzen zijn een interessante eiwitbron: ze hebben niet alleen een hoog eiwitgehalte, maar ook een veel hogere opbrengst per hectare dan vergelijkbare eiwitbronnen, doordat het plantje heel snel groeit. Daarnaast kunnen waterlinzen geteeld worden in bestaande teeltsystemen van bloembollen, in de periode dat deze anders ‘leeg’ staan. Dit maakt waterlinzen voor de agrifoodsector een interessante eiwitbron.Het onderzoeksproject bestaat uit vier onderdelen die de hele keten beslaan: teelt, procestechnologie, productontwikkeling en kennisverspreiding. Mike van ’t Land, onderzoeker Eiwittransitie in voeding bij HAS green academy en leider van de werkgroep die zich toelegt op de procestechnologie, licht het doel van deze werkgroep toe. “Wij onderzoeken de stap in het proces nadat de waterlinzen geoogst zijn: het bewerken van de biomassa. Dit heeft twee doeleinden: allereerst willen we het product geschikt maken voor de markt. Waterlinzen zijn gevoelig voor bederf, dus zullen we het product moeten stabiliseren. Dat doen we door het te drogen. We onderzoeken welke droogtechnieken kostenefficiënt zijn én goed aansluiten bij het systeem van telen en oogsten.” Een ander doel is het behouden van de voedingswaarde van waterlinzen. Mike: ”Als je het op een te hoge temperatuur of te lang droogt, neemt de eiwitkwaliteit af. Dus zoeken we naar milde droogtechnieken, zodat waterlinzen nutritioneel interessant blijven.” Verschillende droogtechnieken testenEen van de technieken die het consortium onderzoekt, is refractance window drying. “Daarmee leg je een plastic film over een warmwaterbad van zo’n 60 à 70 graden”, legt Mike uit. “Daar transporteren we de waterlinzen overheen, en zo drogen we ze op een lage temperatuur. Dit systeem sluit goed aan bij de beoogde teelt- en oogstsystemen. Voor het opwarmen van het water gebruiken we de restwarmte uit de teeltomgeving.” Een andere droogtechniek is agitated thin film drying (ATFD). Mike voert hiermee testen uit in een pilotomgeving bij consortiumpartner Bodec, een bedrijf in procesoptimalisatie voor de voedingsmiddelenindustrie. Friso van Assema is process engineer bij Bodec en legt uit hoe ATFD in zijn werk gaat. “Je druppelt vermalen waterlinzen van bovenaf langs de wand van een holle buis. In die buis zitten ronddraaiende spatels, die ervoor zorgen dat de druppels dun verspreid worden over de wand. Dat maakt het droogproces efficiënter.” Een voordeel van ATFD is dat je de waterlinzen op lagere temperatuur kunt drogen. “Dat komt doordat de buis onder vacuüm staat. Door die lagere temperatuur blijven de eiwitten heel, en dat is wat we willen.” Potentie en uitdagingen voor de toekomstFriso is redelijk positief over de resultaten van de test met waterlinzen en ATFD. “De waterlinzen blijken met deze techniek mooi te drogen, tot een aardig goed poeder om weer verder te verwerken. Doordat de hittebelasting bij AFTD laag is, verwachten we dat de kwaliteit en functionaliteit van het product ook goed is.” Of dat zo is, wordt in een volgende fase onderzocht. “Wat we niet per se hadden verwacht, maar stiekem wel gehoopt, is dat de geur van de waterlinzen met het drogen zou veranderen. Dat is helaas niet het geval; waterlinzenpoeder dat uit het ATFD-apparaat komt, ruikt nog steeds naar gras.” Ook Mike erkent dat – hoewel smaak natuurlijk de belangrijkste factor is – de geur van waterlinzen nog een struikelblok is om het geschikt te maken voor humane consumptie. “Daar gaan we nog aan sleutelen. Een ander nadeel is de groene kleur. De industrie is niet zo happig op gekleurde producten, ze willen liever een neutraal product dat ze zelf eventueel een kleur kunnen geven.” Onderzoek naar het ontkleuren van waterlinzen valt ook binnen het onderzoeksproject; student Ilse van der Sluis van Hogeschool Inholland presenteerde onlangs haar bevindingen op dit gebied. Belangrijk om studenten te betrekkenBeide heren zijn erg te spreken over de samenwerking tussen de vijf hogescholen, studenten en bedrijven. Mike: “De samenwerking met Bodec is heel goed. We kennen het bedrijf al lang, waardoor de contacten soepel verlopen. Dat maakt dat we gemakkelijk veel kennis en ervaring met elkaar uitwisselen.” Mike vindt het daarnaast belangrijk om studenten te betrekken bij dit project. “Ik gun hen een mooi afstudeerproject – er zit meer vrijheid en eigen regie in zo’n onderzoeksopdracht dan wanneer ze één-op-één een opdracht voor een bedrijf zouden doen. Bovendien zijn studenten een belangrijk medium om de nieuwe generatie warm te maken voor nieuwe eiwitbronnen, zoals waterlinzen.” Pien Nijholt en Inge van Alphen, studenten Voedingsmiddelentechnologie aan de HAS green acadamy, waren bij de werkgroep betrokken. “Wij hebben allerlei verschillende droogtechnieken getest op de waterlinzen. Dat was interessant om te doen. We vonden het erg leuk om onderdeel te zijn van een groot consortium; we werden echt gezien als volwaardig projectlid.” Friso voegt toe: “Ik heb nog nooit eerder meegemaakt dat alle ‘groene’ hogescholen in Nederland betrokken waren bij hetzelfde project. Dat vind ik mooi. Want innovatie valt of staat bij kennisdelen; dat gaat makkelijker als je elkaar kent.” Afrondende faseHet onderzoek naar de juiste procestechnologie nadert de afrondende fase, vertelt Mike. “We hebben inmiddels allerlei technieken getest: ATFD, refractance window drying, walsdrogen, ovendrogen op verschillende temperaturen, fluidized bed drying. Die vergelijken we – met vriesdrogen als referentie – op eiwitkwaliteit en andere interessante nutritionele componenten, zoals vitaminen, vetten en vezels. Die vergelijking is eind dit jaar klaar.” Mike hoopt natuurlijk dat er een techniek tussen zit die de kwaliteit van waterlinzen op lage temperatuur behoudt én goed aansluit op de teeltmethode. De werkgroep die zich bezighoudt met productontwikkeling is nog in volle gang. Hierin wordt onder meer onderzoek

Robin van den Berg: Nieuwe lector brengt innovatie en duurzaamheid naar het hart van onderwijs en onderzoek

Met de benoeming van Robin van den Berg als nieuwe lector Food, Health & Technology. (het lectoraat is onderdeel van het Research and Innovation Centre Agri, Food & Life Sciences.), zet Hogeschool Inholland een stap richting een toekomst waarin duurzaamheid, innovatie en samenwerking centraal staan. Van den Berg, expert op het gebied van voeding, procestechnologie en duurzaamheid, brengt niet alleen jarenlange ervaring in het bedrijfsleven en de wetenschap mee, maar ook een inspirerende visie op hoe onderzoek en onderwijs elkaar kunnen versterken. Zijn aanstelling markeert een nieuwe fase voor het lectoraat en opent deuren naar innovatieve oplossingen en regionale samenwerking. Robin van den Berg (52) groeide op in Amsterdam-Noord en Amstelveen, een omgeving die hem een nuchtere kijk op de wereld gaf en een basis legde voor zijn ambitie om maatschappelijke impact te maken. Na zijn opleiding aan de laboratoriumschool (richting biochemie) koos Van den Berg voor een studie scheikunde, gevolgd door een specialisatie in (moleculaire) farmacologie. Zijn promotieonderzoek bracht hem in aanraking met voedingskunde/fysiologie van het lab/in vitro experimenten tot en met humane interventie studies, een vakgebied dat hem sindsdien niet meer losliet. Tijdens zijn onderzoekstijd bij TNO in Zeist en de Universiteit Maastricht promoveerde hij op een thema dat de kern van zijn carrière zou definiëren: voeding als middel voor maatschappelijke verbetering. De stap naar de industrie volgde al snel. Bij Unilever leidde Van den Berg internationale projecten, variërend van het verrijken van onder andere bouillonblokjes om ijzertekorten in Nigeria te bestrijden tot innovaties in biobeschikbaarheid zout en suikerreductieprogramma’s. “Die ervaring heeft me geleerd hoe wetenschap en technologie samen kunnen komen om wereldwijde problemen aan te pakken,” vertelt hij. “En nu wil ik die kennis delen met studenten en bedrijven om een duurzame toekomst te creëren.” Een duidelijke missie: duurzaamheid en samenwerking Als lector heeft Van den Berg een heldere focus: het verduurzamen van de voedingssector en het versterken van regionale samenwerkingen. Hij ziet enorme kansen in de eiwittransitie – het verschuiven naar meer plantaardige eiwitbronnen – en in het ontwikkelen van gezonde, duurzame voedselproducten. “De voedingsindustrie staat voor enorme uitdagingen,” legt hij uit. “Van klimaatverandering tot gezondheidsvraagstukken. Dit is een kans om studenten niet alleen op te leiden, maar hen ook actief te betrekken bij het ontwikkelen van oplossingen die echt verschil maken.” Van den Berg benadrukt het belang van samenwerking, zowel binnen de regio als op nationaal en internationaal niveau. Hij wil een brug slaan tussen grote industrieën, kleinere bedrijven en start-ups, en tegelijkertijd studenten de kans geven om ervaring op te doen in echte projecten. “Als lector zie ik het als mijn taak om kennis en praktijk te verbinden, zodat innovatie niet alleen in theorie blijft, maar direct toepasbaar is.” Lector Food, Health & Technology Robin van den Berg. Onderwijs en onderzoek hand in hand Een van de startpunten Van den Bergs lectoraat is het structureren van onderzoekslijnen. Hij kiest bewust voor focus en specialisatie, bijvoorbeeld in proces/voedingstechnologieën zoals (precisie) fermentatie, extrusie en duurzame procestechnologie. Door hierin te excelleren, wil hij niet alleen studenten inspireren, maar ook bedrijven aantrekken om samen te werken. Daarnaast speelt technologie een sleutelrol in zijn visie. Van geavanceerde robotica voor precisielandbouw tot automatisering in voedselverwerking: Van den Berg ziet technologie als een katalysator voor verduurzaming. Hij werkt samen met Inholland Alkmaar (lectoraat robotica) aan plannen voor een fieldlab in Alkmaar, waar studenten, onderzoekers en bedrijven samen kunnen werken aan de ontwikkeling van innovatieve voedingsproducten en nieuwe methoden voor landbouw en voedselproductie. “Het mooie van deze rol is dat ik niet alleen kennis overbreng, maar ook kan laten zien wat mogelijk is,” zegt hij. “We willen aantonen dat onderwijs en onderzoek elkaar versterken en samen zorgen voor tastbare resultaten.” De kracht van studenten en regionale samenwerking Van den Berg heeft een grote passie voor het opleiden en begeleiden van studenten. Hij geniet ervan om te zien hoe zij hun weg vinden in de praktijk en zelfs eigen bedrijven oprichten. “Studenten zijn de toekomst,” zegt hij met overtuiging. “Het is geweldig om te zien dat ze niet alleen leren, maar ook direct impact maken. Mijn doel is om hen de tools te geven om innovatief en duurzaam te zijn.” Hij benadrukt ook het belang van regionale samenwerking. Door te werken met lokale boeren, voedingsproducenten en technologische partners wil hij bijdragen aan het verduurzamen van de hele keten. Dit sluit aan bij zijn visie om zowel lokaal als internationaal actief te zijn. Een frisse start met een ambitieuze visie “Dit werkveld brengt alles samen wat ik belangrijk vind,” zegt Van den Berg. “De kans om met studenten en partners aan echte innovaties te werken, die niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst verschil maken.” Van den Berg staat klaar om zijn stempel te drukken op de voedingssector, het onderwijs en de regio. De verwachtingen zijn hooggespannen, en als het aan hem ligt, worden die in de nabije toekomst waargemaakt.

Feike van der Leij: Grondlegger van innovatie en samenwerking in de voedselwereld

Feike van der Leij, medeoprichter van FICA en lector Health & Food bij Hogeschool Inholland, staat bekend om zijn visionaire aanpak en baanbrekende werk in de voedingssector. Terwijl hij zich opmaakt voor zijn deeltijdpensioen, reflecteert hij op zijn carrière, zijn bijdragen aan FICA en de toekomst van voedselinnovatie. Het ontstaan van FICA Feike’s betrokkenheid bij FICA (Food Innovation Community Amsterdam) begon in de aanloop naar de start van FICA in 2016, samen met zijn co-founders Hans Huibers en Renee Boerefijn. In de beginjaren waren zij nauw betrokken bij het ontwikkelen van een platform waar bedrijven en onderwijsinstellingen konden samenwerken op het gebied van voedselinnovatie. “Er was eerst veel verdeeldheid binnen de sector,” herinnert Feike zich, “maar met FICA creëerden we een community die gericht was op samenwerking in plaats van competitie.” Feike zag al snel de kracht van deze samenwerking, waarbij hij altijd benadrukte dat een kleinere, gefocuste groep bedrijven vaak meer impact heeft dan een groot, log netwerk. FICA’s groei en impact Samen met Feike is FICA uitgegroeid tot een platform waar zowel bedrijven als studenten kunnen groeien en innoveren. “Het belangrijkste is niet alleen om projecten binnen te halen, maar om ervoor te zorgen dat ze een tastbaar resultaat en impact hebben,” aldus Feike. Dit resulteerde in projecten zoals Pulp Vision en Aahminozuren, die innovatie en duurzame oplossingen binnen de voedingsindustrie naar voren brachten. Een van de belangrijkste successen was het Bean me up! project, dat met een omvang van €1,35 miljoen een solide basis legde voor de toekomst van voedselinnovatie met FICA. Een vervolg hierop (Bean me up 2.0) zal de komende 5 jaar op deze successen kunnen voortbouwen. Een brug tussen onderwijs en bedrijfsleven Feike’s rol als lector aan meerdere hogescholen, waaronder Van Hall Larenstein en Hanze, stelde hem in staat om bruggen te slaan tussen onderwijs en de voedingsindustrie. Hij was altijd op zoek naar manieren om fundamentele academische kennis praktisch toepasbaar te maken. Zijn werk bij de Hogeschool Inholland en Van Hall Larenstein bracht hem in contact met een breed scala aan studenten en bedrijven, waarbij hij zijn filosofie van ‘creatief denken buiten de lijnen’ predikte. Een belangrijke mijlpaal was de introductie van de opleidingsvariant Health & Food, waarin Feike erin slaagde technologisch opgeleide studenten voor te bereiden op de voedingsindustrie met een focus op gezondheid en duurzaamheid. Een flexibele en vooruitstrevende visie Wat Feike uniek maakt, is zijn flexibele aanpak en het vermogen om trends op het juiste moment op te pakken. Hij bleef altijd gefocust op innovatie binnen de voedingswereld, of het nu ging om technologische vooruitgang zoals kunstmatige intelligentie (AI) of het ontwikkelen van nieuwe voedselproducten. “AI in de voedselindustrie biedt enorme kansen, vooral op het gebied van sensorische ervaringen, zoals het combineren van de geur en het uiterlijk van voedsel,” vertelt Feike enthousiast. Zijn overtuiging dat projecten pas echt succesvol zijn als ze impact hebben op de maatschappij is duidelijk terug te zien in zijn werk met bedrijven rondom NMK Esbaco en hun experimenten met uien, waterlinzen en bananenstromen. Deze projecten hielpen bedrijven vooruit te kijken en nieuwe toepassingen te ontdekken. Blik op de toekomst “Ik wil dat mensen onthouden dat innovatie ontstaat door kansen te zoeken buiten de bestaande patronen.” Terwijl Feike van der Leij zijn rol afbouwt, is hij nog steeds actief betrokken bij verschillende projecten, waaronder de masteropleiding Duurzame en Gezonde Voeding aan de Hanze in Groningen. Hij blijft geïnspireerd door de opkomende trends en ziet grote kansen voor FICA om zich verder te ontwikkelen als een incubator voor voedselgerelateerde startups en technologische innovaties. Feike laat het liefst de jeugd aan de bal zodat zij zich kunnen ontwikkelen en tegelijk hun creativiteit kan worden benut door het werkveld. Geen enkel project werd aangegaan als er geen studenten in konden meedraaien. De ruimte die geboden moet worden aan jeugdig elan is een van de redenen dat hij zijn werkzaamheden afbouwt. Feike geeft het stokje door aan Robin van den Berg. De nieuwe lector Food, Health & Technology Robin van den Berg is sinds 1 september 2024 lector binnen het Research and Innovation Centre Agri, Food & Life Sciences. Naast het werk bij de Hanze beperkt Feike zijn werk vanaf nu tot het begeleiden van promovendi. De promotieonderzoeken die hij met hen in gang heeft gezet leveren wetenschappelijke publicaties op waarin de inbreng van Feike wordt gewaardeerd. Hij is iemand die altijd creatief buiten de lijnen durft te denken. “Ik wil dat mensen onthouden dat innovatie ontstaat door kansen te zoeken buiten de bestaande patronen. Focus en snelheid van verandering wordt het best gerealiseerd in kleine groepen, net zoals evolutie op eilanden sneller gaat dan op het vaste land. In overzichtelijke samenwerkingen zit de meeste energie. Dat is waar de echte groei plaatsvindt.”

Food Trend College 2024: Innovaties en Inzichten rond Voedselallergieën voor Producent en Consument

Op dinsdag 8 oktober 2024, te midden van de “Week van ons eten”, vond een boeiend food trend college plaats, georganiseerd door FICA in samenwerking met het lectorenplatform Voedsel Voeding en Gezondheid. Het evenement, getiteld Voedselallergie: alles wat je moet weten als producent en consument, trok 120 deelnemers naar de Bijlmerzaal van de Hogeschool Inholland in Amsterdam, waar experts de nieuwste ontwikkelingen rondom voedselallergieën bespraken. Voor dagvoorzitter Feike van der Leij was het gelijk ook zijn laatste bijeenkomst waar hij vanuit zijn rol binnen FICA, Inholland en het lectorenplatform vorm aan mocht geven (hij gaat met deeltijdpensioen, waarover binnenkort meer). De vier experts die aan het woord kwamen namen het publiek mee in hun inleidingen met raakvlakken waar we allemaal wel eens mee te maken krijgen. Het programma opende met dermatoloog Thuy-My Le van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ze legde uit dat voedselallergieën bij kinderen vaak anders zijn dan bij volwassenen en belichtte de rol van IgE-antistoffen. Een belangrijk onderdeel van haar presentatie ging over kruisreacties tussen pollenallergenen en voedsel, zoals appels en noten, die vaak allergieën bij volwassenen veroorzaken. Vervolgens benadrukte voedselallergiespecialist Berber Vlieg (OLVG en Rijnstate) het belang van een gezond eetpatroon dat niet alleen voedselallergieën helpt voorkomen, maar ook chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Interessant was haar standpunt dat dierlijke producten, ondanks veel huidige gezondheidsdiscussies, een waardevol onderdeel van een gezond dieet kunnen vormen. Ondernemer Laurie Lancee, medeoprichter van Vini Mini, vertelde over haar persoonlijke ervaring die leidde tot de oprichting van haar bedrijf. Vini Mini produceert voeding met hoog-allergene stoffen voor kinderen, wat volgens wetenschappelijk onderzoek de beste manier is om voedselallergieën op latere leeftijd te voorkomen. Tot slot sprak Alie de Boer, universitair hoofddocent aan Maastricht University, over de nieuwe wetgeving rondom etikettering van allergenen. Ze benadrukte het belang van duidelijke waarschuwingen, zoals “kan sporen bevatten van…”, en de strengere regels die vanaf 2026 in Nederland gelden voor alle voedselproducenten. De middag werd afgesloten met een paneldiscussie en een prijsuitreiking. De winnende ideeën, gepresenteerd in korte filmpjes, waren gericht op het aantrekken van talent naar de foodsector. Na een korte paneldiscussie volgde een jury-oordeel over drie filmpjes die voor de pauze waren getoond. Dit betrof een prijsvraag die bij het FICA Zomerevent op 20 juni was uitgezet met de titel “Talent boeien voor Food”. Van de drie filmpjes met bruikbare ideeën zijn er twee gehonoreerd! Esmee Bais van Vonk Alkmaar (Voeding & Voorlichting) stelde voor een beurs in te stellen waarmee toekomstige studenten eerder voor Food gaan kiezen en Valentin Umanjec van Inholland (Food Commerce & Technology) stelde voor een koekjesbaksessie uit te voeren en aanstormend talent te boeien door hen met gezondere alternatieven te laten komen. Beide ideeën werden als inspirerend gezien en zullen door FICA naar een volgend plan worden gebracht. Na afloop genoten de deelnemers van een borrel en een rondleiding door de nieuwe Inholland-locatie. Het food trend college bood waardevolle inzichten voor zowel producenten als consumenten en toonde aan dat voedselallergieën een belangrijk en actueel onderwerp blijven in de voedingsindustrie. Dit smaakt naar meer…

Van student naar voedingsmiddelentechnoloog: In gesprek met afstudeerstudent Ilse van der Sluis

Ilse van der Sluis, afstudeerstudent en aan het einde van haar derde opleiding, deelt haar ervaringen en de uitdagingen tijdens haar studie Food Commerce & Technology en afstudeeronderzoek. Ilse’s huidige onderzoek, dat focust op de potentiële toepassingen van waterlinzen in voedingsproducten, belicht haar innovatieve benadering binnen de voedingswetenschappen. De kleur van waterlinzen: Een onderzoek naar ontkleuring en toepassing Waterlinzen, bekend om hun diepgroene kleur, bevatten essentiële aminozuren en bieden een alternatief voor dierlijke eiwitten. Ilse’s onderzoek richt zich op de mogelijkheden om deze kleur te verminderen of te verwijderen zonder de functionaliteit van het eindproduct te beïnvloeden. Ze heeft verschillende ontkleuringsmethoden onderzocht, waarbij ze begon met experimenten op spinazie en later deze methoden toepaste op waterlinzen. “De ontwikkeling van een methode die de kleur effectief verwijdert, kan de toepasbaarheid van waterlinzen in diverse producten zoals eiwitrepen en muffins aanzienlijk vergroten,” legt Ilse uit. Dit zou de zichtbaarheid van waterlinzen in het eindproduct verminderen, wat ze aantrekkelijker maakt voor consumenten die misschien terughoudend zijn om groengekleurde voedingsmiddelen te consumeren. Ervaringen binnen en buiten het laboratorium Tijdens haar studie heeft Ilse niet alleen in het laboratorium gewerkt, maar ook waardevolle ervaringen opgedaan tijdens consortium-evenementen en samenwerkingen met experts uit de industrie. Deze interacties hebben haar onderzoek verrijkt en haar een bredere kijk gegeven op de praktische toepassingen van haar werk. “Ik heb veel zelfstandig in het lab gewerkt, maar de gesprekken met experts en evenementen zoals het Consortium hebben echt een meerwaarde geboden aan mijn ervaring,” vertelt Ilse. Deze netwerkmogelijkheden boden haar directe feedback en inzichten die essentieel waren voor de voortgang van haar project. de beste ontkleuringsmethode op een spinazie sample en dezelfde methode op een waterlinzen sample Terugblik op de studie en toekomstplannen Reflecterend op haar opleiding Food Commerce & Technology, benadrukt Ilse de veelzijdigheid van de studie, die haar heeft geholpen haar passie voor productontwikkeling te ontdekken. Hoewel ze de technische aspecten van de opleiding het meest waardeerde, waren het de praktische toepassingen en de mogelijkheid om daadwerkelijk producten te ontwikkelen die haar het meest aanspraken. Met haar studie bijna achter de rug, kijkt Ilse uit naar de volgende stappen in haar carrière. Ze hoopt een rol te vinden binnen productontwikkeling, mogelijk buiten de zuivelindustrie waar ze momenteel ervaring opdoet. Haar ambitie is om uiteindelijk een leidinggevende positie te hebben binnen een productontwikkelingsteam. Een inspiratie voor toekomstige studenten Aan toekomstige studenten geeft Ilse het volgende mee: “Volg je passie en zet door, zelfs als de uitdagingen groot lijken. De diversiteit en de praktische ervaringen die je opdoet tijdens je studie zijn onbetaalbaar en bereiden je voor op een succesvolle toekomst.” Het pad van Ilse van der Sluis laat zien hoe doorzettingsvermogen, passie voor voeding en wetenschappelijk onderzoek kunnen leiden tot betekenisvolle innovaties. Haar reis benadrukt het belang van praktische ervaring en persoonlijke ontwikkeling binnen de dynamische wereld van voedingsmiddelentechnologie. Benieuwd naar meer over de waterlinzen? Bezoek de website van het project Duurzame Eiwitten, Eendje Meer.

In gesprek met Hans Huibers: Over de visie, groei en innovatie van FICA

We spraken Hans Huibers over zijn recente terugkeer bij FICA. Hans Huibers, een van de medeoprichters van FICA, deelt zijn motivatie om weer actief deel te nemen aan het bestuur van de organisatie. Hij benadrukt zijn sterke verbondenheid met FICA en de oorspronkelijke visie, evenals zijn wens om zijn expertise en netwerk in te zetten voor verdere groei en ontwikkeling van de community. “Als een van de oprichters van FICA voelde ik me nog betrokken bij de organisatie, vooral gezien de ontwikkelingen en groei die het heeft doorgemaakt sinds mijn vertrek. De uitdagingen en ambities zijn nog steeds groot, en ik zag kansen om mijn ervaring en netwerk in te zetten voor de verdere ontwikkeling.” Kun je wat meer vertellen over de projecten waaraan je nu werkt of van plan bent te werken? “Momenteel zijn we bezig met projecten zoals Bean me up! 2.0 en het waterlinzenproject. Daarnaast zijn er plannen voor een project in samenwerking met Baking Lab Amsterdam over maatschappelijke diensttijd voor jongeren. We streven ernaar om deze initiatieven de komende jaren structureel vorm te geven. We hebben binnen ons netwerk bedrijven en onderwijsinstellingen maar er zijn binnen FICA ook samenwerkingen onderling tussen deze bedrijven en onderwijsinstellingen die de stuwende kracht zijn achter deze projecten. De meerwaarde zit niet alleen in het onderwijs en het bedrijfsleven maar juist ook in de innovatie onderzoekscomponent die de bedrijven onderling bij elkaar zoeken en elkaar daar ook in vinden. Om daar vervolgens samen expertises in uit te wisselen, open innovatie noemen we dat. Dat is uniek en daar is FICA goed voor. FICA is dus geen doel in zichzelf, maar een belangrijk middel. En dat is de volgende fase denk ik. Het gaat dus eigenlijk over veel meer, want vandaag is het veldbonen, morgen zijn het misschien tomatenstelen en overmorgen… We moeten niet stil blijven staan bij het succes van bijvoorbeeld een project als Bean me up!. Het is belangrijk ook te blijven kijken naar nieuwe vormen. En daarvoor is de structuur van FICA een belangrijk middel. Daarnaast ligt er een enorme uitdaging in het onderwijs, vooral in het mbo en hbo. Hoewel voeding een centraal thema is waar bijna iedereen, jong en oud, mee bezig is – of het nu gaat om gezondheid, beweging, armoedebestrijding, voedselbanken, mondiale vraagstukken of duurzaamheid – lijken de voedingsopleidingen toch te kampen met een zekere stagnatie. Deze discrepantie vormt een opmerkelijke tegenstelling waar FICA naar zijn mening een belangrijke rol in kan spelen. Dankzij het FICA-netwerk hebben we de mogelijkheid om diverse richtingen op te gaan. We leggen verbindingen met andere kennis en expertise velden, buiten de directe voedingstechnologie. Denk aan samenwerkingen met opleidingen als Creative Business of opleidingen binnen de technische business.” Kortom, FICA zou volgens Hans moeten fungeren als een motor voor mobilisatie aan de basis, waarbij we jongeren van verschillende onderwijsniveaus, van vmbo en mbo tot hbo, enthousiasmeren en betrekken bij voeding gerelateerde vraagstukken. “Het initiatief begint natuurlijk bij de individuele bedrijven en onderwijsinstellingen zelf. Het kan alleen slagen als er bedrijven zijn die overtuigd zijn van de waarde van deze ontwikkeling. Gelukkig zijn die er. Neem bijvoorbeeld NMK Esbaco, waar ik momenteel ook werkzaam voor ben. Maar hetzelfde geldt voor Oliehoorn, Vezet, Aviateur, CONO en eigenlijk het hele netwerk van bedrijven dat we met elkaar verbinden via het FICA-netwerk. Dit omvat niet alleen Inholland en Vonk, maar ook andere instellingen buiten de regio. Het Practoraat en het Lectoraat zullen zich hierop moeten richten. Het mooie is dat de motivatie aanwezig is. Bij de voedingsopleidingen, studenten, docenten en lectoren. Door de pioniers samen te brengen, zowel binnen bedrijven als onderwijsinstellingen, wordt er veel energie gecreëerd. Dit is de afgelopen tien jaar bewezen. “We laten meerwaarde zien door projecten die zowel voor bedrijven als voor onderwijsinstellingen waarde toevoegen. Bedrijfsinnovatie leidt immers tot onderwijsinnovatie, en andersom.” En staan er nu op korte termijn interessante projecten of plannen waar jij nu ook mee aan de slag gaat op de planning? “Zeker, er staan enkele boeiende projecten op korte termijn op de agenda waar ik me op ga richten. Het Bean me up! 2.0-project is van groot belang, evenals het project rond de waterlinzen dat op projectniveau plaatsvindt. Daarnaast zijn de plannen ook zeker om meer projecten mogelijk te maken met andere innovatie thema’s. In Alkmaar zijn we bezig om de verbinding tussen mbo en hbo én tussen foodopleidingen met andere opleidingen te vinden. Dit zijn al behoorlijk omvangrijke operaties. Daarnaast hopen we een project te starten in samenwerking met Baking Lab in Amsterdam over maatschappelijke diensttijd voor jongeren, beginnend bij het mbo maar met de intentie om dit ook naar het hbo uit te breiden. Er liggen dus diverse initiatieven voor de komende jaren die we structureel zullen moeten gaan ontwikkelen!”

In gesprek met Niek Persoon: Een visionair in samenwerking voor duurzame innovatie

Niek Persoon heeft een indrukwekkende carrière achter de rug, met een focus op het samenbrengen van verschillende onderwijsniveaus en industrieën om innovatie te stimuleren. Als voormalig professional in het bedrijfsleven en later als verbinder in het onderwijs, heeft hij een schat aan ervaring opgedaan. Het begin van een succesverhaal Het idee om mbo, hbo en wo samen te brengen in één samenwerkingsverband kwam voort uit Persoons eigen ervaringen. “Als je mbo, hbo en wo niet kunt samenvoegen, zul je nooit echt succes behalen. Dat kwartje is bij mij gevallen.” Jarenlang werkte hij in het bedrijfsleven, waar hij de noodzaak zag om verschillende onderwijsniveaus te integreren om echt succesvol te zijn. Deze visie vond weerklank bij anderen, waaronder hoogleraar Michel Haring van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze besloten Amsterdam Green Campus op te zetten. Vanaf het prille begin was het een succes, met alle betrokken partijen onder één noemer. Het overwinnen van uitdagingen Een van de grootste obstakels was het vinden van de juiste mensen en het opbouwen van samenwerkingsverbanden tussen verschillende onderzoek niveaus en disciplines. In mijn zoektocht op het Science Park, omringd door lange gangen gevuld met hoogleraren, onderzoekers en promovendi, stond ik voor de uitdaging om hen te bereiken. Ik was vastbesloten om mensen te vinden die open stonden voor samenwerking met het mbo en hbo op een praktische manier. *”Vanuit mijn passie en enthousiasme, en zelf ook gepromoveerd onderzoeker, praat je de taal van de wetenschapper. Dat werkt mee.” * “In mijn rol als vertegenwoordiger van de UvA, AERES Hogeschool, Vonk en Inholland, moest ik leren om met verschillende culturen en belangen om te gaan. Alle betrokken partijen wilden bediend worden door onze stichting en verwachtten daar ook iets voor terug.” Het was cruciaal om voldoende projectruimte te creëren om het onderzoek daadwerkelijk uit te voeren, en hier heeft de Green Campus succesvol aan bijgedragen. Een concreet voorbeeld van zo’n project is “Bean Me Up”, geïnitieerd vanuit Flevoland. Het doel was om veldbonen via een korte keten te verwerken en op de markt te brengen. Hoewel financiering vanuit de provincie Flevoland niet werd gerealiseerd, is er met behulp van het FICA-netwerk, waaronder NMK Esbaco, Donny Craves en Fabafull, gezocht naar alternatieve financieringsmogelijkheden. Uiteindelijk werd het project gefinancierd via een EU-react regeling, wat leidde tot succesvolle uitvoering en distributie, met betrokkenheid van verschillende partijen en zelfs studenten tijdens hun masterstudies. In de dynamische wereld van innovatie en duurzaamheid is samenwerking essentieel. Dit geldt met name in de regio, waar verschillende belanghebbenden – bedrijven, kennisinstellingen en burgers – elkaar kunnen versterken. Deze samenwerking wordt vaak aangeduid als de triple helix, waarbij onderzoek, onderwijs en ondernemen samenkomen om gezamenlijke doelen te bereiken. Een voorbeeld van een succesvol samenwerkingsverband is Green Chain Noord-Holland. Dit initiatief brengt alle betrokken actoren samen om te werken aan een gedeelde agenda. Amsterdam Green Campus, Hogeschool Inholland, Vonk en FICA zijn al lang partners in dit proces. Door respect en vertrouwen in elkaar te hebben, kunnen ze samenwerken aan het identificeren van gemeenschappelijke doelstellingen en het bepalen van de weg vooruit. Deze aanpak vereist een heldere focus en een gezamenlijke visie. FICA, Green Chain Noord-Holland, Amsterdam Green Campus, Green Port Noord-Holland en Aalsmeer hebben zich allemaal gecommitteerd aan het realiseren van een duurzame voedselketen, van grond tot mond en verder. Dit omvat ook het recyclen en verwerken van reststromen, wat essentieel is voor een circulaire economie. Kortom, door samen te werken en te streven naar gemeenschappelijke doelen, kan er echt impact gemaakt worden en een duurzame toekomst gecreëerd worden voor de regio en daarbuiten. De toekomst Na zijn pensionering richt Persoon zich op het overdragen van zijn kennis en ervaring aan de volgende generatie. “Het verbinden van smart en green is essentieel. Die twee moeten samen komen, daar zitten quick wins. Echte ontwikkelingen naar de toekomst.” Zijn betrokkenheid bij een filosofiegroep en zijn inzet voor het omzetten van agrarisch land naar natuur laten zien dat zijn toewijding aan duurzaamheid en innovatie verder gaat dan zijn professionele carrière. Niek Persoon heeft een blijvende indruk achtergelaten in de wereld van duurzame innovatie en samenwerking. Zijn visie, doorzettingsvermogen en vermogen om verbindingen te leggen hebben geleid tot tastbare resultaten en zullen ongetwijfeld een inspiratiebron blijven. “Na 40 jaar zag ik nu de kans om opgevolgd te worden door iemand intern, Roos van Maanen, die al jaren met mij meeloopt. Ik kan dus met zekerheid zeggen dat ik het goed achter laat.”

In gesprek met Niek Persoon: Een visionair in samenwerking voor duurzame innovatie

Niek Persoon heeft een indrukwekkende carrière achter de rug, met een focus op het samenbrengen van verschillende onderwijsniveaus en industrieën om innovatie te stimuleren. Als voormalig professional in het bedrijfsleven en later als verbinder in het onderwijs, heeft hij een schat aan ervaring opgedaan. Het begin van een succesverhaal Het idee om mbo, hbo en wo samen te brengen in één samenwerkingsverband kwam voort uit Persoons eigen ervaringen. “Als je mbo, hbo en wo niet kunt samenvoegen, zul je nooit echt succes behalen. Dat kwartje is bij mij gevallen.” Jarenlang werkte hij in het bedrijfsleven, waar hij de noodzaak zag om verschillende onderwijsniveaus te integreren om echt succesvol te zijn. Deze visie vond weerklank bij anderen, waaronder hoogleraar Michel Haring van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze besloten Amsterdam Green Campus op te zetten. Vanaf het prille begin was het een succes, met alle betrokken partijen onder één noemer. Het overwinnen van uitdagingen Een van de grootste obstakels was het vinden van de juiste mensen en het opbouwen van samenwerkingsverbanden tussen verschillende onderzoek niveaus en disciplines. In mijn zoektocht op het Science Park, omringd door lange gangen gevuld met hoogleraren, onderzoekers en promovendi, stond ik voor de uitdaging om hen te bereiken. Ik was vastbesloten om mensen te vinden die open stonden voor samenwerking met het mbo en hbo op een praktische manier. *”Vanuit mijn passie en enthousiasme, en zelf ook gepromoveerd onderzoeker, praat je de taal van de wetenschapper. Dat werkt mee.” * “In mijn rol als vertegenwoordiger van de UvA, AERES Hogeschool, Vonk en Inholland, moest ik leren om met verschillende culturen en belangen om te gaan. Alle betrokken partijen wilden bediend worden door onze stichting en verwachtten daar ook iets voor terug.” Het was cruciaal om voldoende projectruimte te creëren om het onderzoek daadwerkelijk uit te voeren, en hier heeft de Green Campus succesvol aan bijgedragen. Een concreet voorbeeld van zo’n project is “Bean Me Up”, geïnitieerd vanuit Flevoland. Het doel was om veldbonen via een korte keten te verwerken en op de markt te brengen. Hoewel financiering vanuit de provincie Flevoland niet werd gerealiseerd, is er met behulp van het FICA-netwerk, waaronder NMK Esbaco, Donny Craves en Fabafull, gezocht naar alternatieve financieringsmogelijkheden. Uiteindelijk werd het project gefinancierd via een EU-react regeling, wat leidde tot succesvolle uitvoering en distributie, met betrokkenheid van verschillende partijen en zelfs studenten tijdens hun masterstudies. In de dynamische wereld van innovatie en duurzaamheid is samenwerking essentieel. Dit geldt met name in de regio, waar verschillende belanghebbenden – bedrijven, kennisinstellingen en burgers – elkaar kunnen versterken. Deze samenwerking wordt vaak aangeduid als de triple helix, waarbij onderzoek, onderwijs en ondernemen samenkomen om gezamenlijke doelen te bereiken. Een voorbeeld van een succesvol samenwerkingsverband is Green Chain Noord-Holland. Dit initiatief brengt alle betrokken actoren samen om te werken aan een gedeelde agenda. Amsterdam Green Campus, Hogeschool Inholland, Vonk en FICA zijn al lang partners in dit proces. Door respect en vertrouwen in elkaar te hebben, kunnen ze samenwerken aan het identificeren van gemeenschappelijke doelstellingen en het bepalen van de weg vooruit. Deze aanpak vereist een heldere focus en een gezamenlijke visie. FICA, Green Chain Noord-Holland, Amsterdam Green Campus, Green Port Noord-Holland en Aalsmeer hebben zich allemaal gecommitteerd aan het realiseren van een duurzame voedselketen, van grond tot mond en verder. Dit omvat ook het recyclen en verwerken van reststromen, wat essentieel is voor een circulaire economie. Kortom, door samen te werken en te streven naar gemeenschappelijke doelen, kan er echt impact gemaakt worden en een duurzame toekomst gecreëerd worden voor de regio en daarbuiten. De toekomst Na zijn pensionering richt Persoon zich op het overdragen van zijn kennis en ervaring aan de volgende generatie. “Het verbinden van smart en green is essentieel. Die twee moeten samen komen, daar zitten quick wins. Echte ontwikkelingen naar de toekomst.” Zijn betrokkenheid bij een filosofiegroep en zijn inzet voor het omzetten van agrarisch land naar natuur laten zien dat zijn toewijding aan duurzaamheid en innovatie verder gaat dan zijn professionele carrière. Niek Persoon heeft een blijvende indruk achtergelaten in de wereld van duurzame innovatie en samenwerking. Zijn visie, doorzettingsvermogen en vermogen om verbindingen te leggen hebben geleid tot tastbare resultaten en zullen ongetwijfeld een inspiratiebron blijven. “Na 40 jaar zag ik nu de kans om opgevolgd te worden door iemand intern, Roos van Maanen, die al jaren met mij meeloopt. Ik kan dus met zekerheid zeggen dat ik het goed achter laat.”

Scroll naar boven