Beanmeup! 2.0 van start!

Van lokaal gegroeide veldonen innovatieve producten maken die we allemaal graag eten. Zoals yoghurt en kaas, banketspijs en muffins en cakes. Op een manier waarbij de akkerbouwers van veldbonen er ook iets aan verdienen. Daar is Beanmeup! opgestart in 2020. We zijn dolblij dat we samen met onze FICA partners met Beanmeup! 2.0 een vervolg van 5 jaar mogen geven om onze doelstelling om een duurzame teelt en toepassingen van lokale veldbonen te bevorderen! Met wie doen we dit? Samen met Hogeschool Inholland FarmPlus NMK ESBACO GROUP Fabafull Vertify Vonk Amsterdam Green Campus FICA.nl Rabobank Studio Fava Fresh Monkeys en Biorefenery Solutions. Op de hoogte blijven? Blijf ons volgen op de FICA blog, bmup.nl en duurzame-eiwitten.nl

Van onderzoek tot Food100: waterlinzen veranderen de yoghurtindustrie

Op Hogeschool Van Hall Larenstein vond dit voorjaar een unieke innovatie plaats: de introductie van een yoghurt verrijkt met waterlinzen. Deze vooruitstrevende yoghurt komt voort uit het onderzoek van het lectoraat Healthy Food & Nutrition, dat zich focust op de ontwikkeling van gezonde en duurzame voedingsproducten. Een van de sleutelfiguren in dit project is de 21-jarige Anouk Rustenburg, student Voedingsmiddelentechnologie uit Wieringerwerf. Door intensieve experimenten met waterlinzen, ook bekend als eendenkroos, slaagde Anouk erin een hybride yoghurt te ontwikkelen die zowel voedzaam als milieuvriendelijk is. Haar baanbrekende werk leverde haar een plaats op in de prestigieuze Food100-lijst, die de meest invloedrijke voedselveranderaars van Nederland erkent. De eiwittransitie Deze yoghurt met waterlinzen is een belangrijke mijlpaal binnen het project ‘Duurzame eiwitten: eendje meer’, dat zich richt op het benutten van plantaardige eiwitbronnen zoals waterlinzen. Deze kleine, snelgroeiende planten zijn bijzonder rijk aan eiwitten en hebben een minimale ecologische voetafdruk. Het doel is om waterlinzen op grote schaal te integreren in dagelijkse voedingsmiddelen zoals yoghurt. Dit project draagt bij aan de eiwittransitie, waarbij dierlijke eiwitten worden vervangen door plantaardige alternatieven. Zo wordt een gezonde en duurzame toekomst gestimuleerd, waarbij de yoghurt niet alleen goed is voor ons lichaam, maar ook voor de planeet. Erkenning in de Food100 Naast haar bijdrage aan de ontwikkeling van de waterlinzenyoghurt, kreeg Anouk ook landelijke erkenning voor haar inspanningen in de voedingsmiddelenindustrie. Ze werd opgenomen in de prestigieuze Food100-lijst, die elk jaar de 100 meest invloedrijke voedselpioniers van Nederland in het zonnetje zet. Deze lijst is voor mensen die zich inzetten voor een duurzamer en gezonder voedselsysteem. Na haar nominatie werd Anouk officieel erkend als een van de impactmakers, en ze ontving zelfs de Food100-award als erkenning voor haar toewijding en innovatieve werk. Deze prijs onderstreept het belang van Anouks bijdrage aan projecten zoals de waterlinzenyoghurt. Het toont aan hoe nieuwe ideeën in de voedingsindustrie kunnen bijdragen aan de eiwittransitie en verduurzaming van ons voedingspatroon. Wie weet staat er binnenkort wel bij iedereen een potje waterlinzenyoghurt in de koelkast! Het originele artikel is te lezen op de website van Hogeschool Van Hall Larenstein.

Samenwerking en Duurzaamheid: Studenten van MAP in Actie

In het kader van het MAP-project hebben studenten onlangs een essentiële bijdrage geleverd aan het promoten van bewuste voeding en duurzaamheid onder mbo-studenten. MAP, wat staat voor “Mbo-student in actie voor plantaardig voedsel”, richt zich op het verbeteren van eetgewoonten en het verhogen van duurzaamheidsbewustzijn onder jonge studenten. Het project heeft diverse groepen studenten en scholen betrokken die op hun eigen manier hebben bijgedragen aan dit belangrijke initiatief. We spraken studenten Terri Paak, Sanne Bokhorst, Bregje Luijten, Jolien Barneveld, Jacolien Braber, Sam Langelaan, Nandani Chandoesing, en Valerie Bok van Inholland, Aeres Hogeschool, Haagse Hogeschool en HvA. Poster MAP-project tijdens het FICA Summer Event 2024 Onderzoeksopdracht en Uitvoering De specifieke taak van één van de studentengroepen was het werken aan werkpakket 1 van het MAP-project. Dit omvatte voornamelijk het afnemen van interviews op verschillende mbo-scholen om zo inzicht te krijgen in de eetgewoonten en het voedingsbewustzijn van de studenten. Hoewel er ook focusgroepen gepland waren, bleek dit qua tijd niet haalbaar en is dit deel van het onderzoek uitgesteld. De studenten hebben het onderzoek zelf georganiseerd, van het opstellen van een onderzoeksprotocol tot het afnemen en transcriberen van interviews. “We hebben bijvoorbeeld een burgerschapsdag georganiseerd waar we ook interviews hebben afgenomen,” vertelt student Bregje Luijten. Deze samenwerking was essentieel voor het succes van het project. Dit alles vergde een aanzienlijke mate van zelfstandigheid en organisatievermogen van de studenten. Het project vereiste nauwe samenwerking binnen de groep, waarbij wekelijkse vergaderingen werden gehouden om het interviewleidraad en andere onderzoeksprotocollen door te nemen en aan te passen. De interviews werden vaak gezamenlijk uitgevoerd, waarbij een student de rol van interviewer op zich nam en een ander notities maakte. De Doelgroep en Bevindingen De doelgroep van het onderzoek bestond uit mbo-studenten in de leeftijd van 16 tot 20 jaar. De studenten ontdekten dat de eetgewoonten van deze groep sterk beïnvloed werden door hun ouders, met een traditionele avondmaaltijd bestaande uit vlees, aardappelen en groenten. Interessant was dat er ondanks de geografische verschillen weinig variatie was in de eetgewoonten van de verschillende regio’s. Student Jolien Barneveld vertelt: “Een opmerkelijke uitzondering was een koksopleiding in Brabant, waar studenten creatievere maaltijden consumeerden.” Het onderzoek is onderdeel van een breder initiatief van Hogeschool Inholland, dat samen met zeven andere hbo’s, zeven mbo’s en verschillende partners zoals het Voedingscentrum en JOGG, streeft naar het stimuleren van gezonde en duurzame eetgewoonten onder jongeren. Dit project, gesubsidieerd door regieorgaan SIA en de ministeries van LNV en VWS, richt zich specifiek op het aanmoedigen van mbo-studenten om meer plantaardig voedsel te consumeren. Boven: Ares Hogeschool student Jacolien Braber Onder: Haagse Hogeschool studenten Sam Langelaan & Nandani Chandoesing Tweedejaarsstudent Terri werkte ook mee aan het onderzoek en bracht door het afnemen van een vragenlijst onder tachtig mbo-studenten de voedingskeuzes in kaart. “Op basis van de resultaten bedachten we concepten zoals een ‘hamburger-dag’ met burgers met 30% groenten – 70% vlees, en vegaburgers. En een spaaractie waarbij studenten een stempel kregen als ze fruit kochten bij hun snack,” vertelt Terri. Ze vindt het project interessant omdat haar vader plantaardig eet en zij daardoor zelf al regelmatig vleesvervangers eet. “Ik vind het interessant hoe je mensen juist onbewust kunt beïnvloeden om gezondere keuzes te maken.” Wat opviel in de resultaten is dat jongeren vooral kiezen voor lekker eten. Of dat eten plantaardig is of niet, maakt hen eigenlijk niet uit. Ook bleek dat jongeren hun eetgedrag niet willen aanpassen. Deze resultaten maken het extra uitdagend om met een goed concept te komen om jongeren te stimuleren meer plantaardig te eten. Een van de grootste uitdagingen voor de studenten was het opzetten van het project vanaf nul. Het vergde veel zelfstandigheid en initiatief om structuur aan te brengen en alles te organiseren. “Wat ik uitdagend vond is dat we echt praktisch begonnen met niks en dat we eigenlijk heel het project op moesten bouwen,” vertelt Jacolien Braber. Daarentegen was een van de meest waardevolle aspecten van het project de samenwerking met andere studenten en het directe contact met de doelgroep. Dit gaf hen niet alleen inzicht in de eetgewoonten van mbo-studenten, maar ook in de verschillen tussen de regio’s. Inholland-student Terri Paak Conclusie en Vooruitzichten Het project heeft de studenten veel geleerd over onderzoeksvaardigheden, samenwerking en organisatie. De bevindingen van de interviews zullen worden doorgegeven aan de docenten-onderzoekers en dienen als basis voor verdere interventies binnen het MAP-project. Dit eerste werkpakket vormt daarmee een belangrijke stap in het grotere geheel van het project, dat gericht is op het bevorderen van bewuste en duurzame eetgewoonten onder mbo-studenten.De betrokken studenten kijken terug op een leerzame en uitdagende periode, die hun vaardigheden en bewustzijn op het gebied van voeding en duurzaamheid aanzienlijk heeft vergroot.

Maak kennis met project “Eendje meer”

Samen met HAS green academy, Hogeschool Van Hall Larenstein – VHL University of Applied Sciences, Hogeschool Inholland, Hanze Hogeschool, bedrijfspartners en experts duiken we dieper in de wereld van waterlinzen. Misschien ken je ze als eendenkroos in de sloot, maar wij kweken ze in kassen voor een speciaal doel. ♻️ Begin deze maand kwamen de onderzoeksgroepen samen in Dronten om de tot nu toe opgedane kennis en kunde uit te wisselen. We bezochten de warme kassen, waar Masterstudent Uche de nu nog kleinschalige waterlinzen teelt onder controle heeft. Er was een rondleiding in het CirKL Business Lab om te laten zien waar straks de opschaling van de teelt wordt gerealiseerd en studenten presenteerden de eerste resultaten van hun onderzoeken. Binnen het project worden er twee belangrijke aspecten uitgelicht: het duurzamer maken en opschalen van de teelt van waterlinzen én het vinden van nieuwe manieren om het eiwit te verwerken in voedingsmiddelen. “Het doel is om grootschalige teelt van food-grade waterlinzen op te zetten bij een bollenbroeierij in Noord-Holland. Samen met partners uit de industrie en andere kennisinstellingen willen we deze nieuwe plantaardige eiwitbron op de markt brengen,” aldus Eric de Bruin, lector Circulair Ondernemen in de Agrifoodsector. Laten we bouwen aan onze voedseltoekomst! 🌎

Inspiratiedag fieldlabs Food Tech Brainport

Afgelopen donderdag hadden we een mooie inspiratiemiddag met 20 aanwezigen vanuit het bedrijfsleven en onderwijs en werden we meegenomen in de wereld van conserveren in Helmond bij de Food Tech Brainport. Door middel van een interactieve sessie werd er alles geleerd over innovatieve technologieën op het gebied van milde conservering en scheidingstechnieken. Food Tech Brainport biedt met verschillende bedrijven een toegankelijke, praktische omgeving aan om voedsel te testen, op te schalen en te produceren met de nieuwste technologieën in milde conservering en scheidingstechnieken. Nieuwsgierig en meer weten over de Food Tech Brainport? Bekijk de website. Ben je er een volgende keer ook graag bij en wil je op de hoogte blijven van onze events? Meld je aan via onze eventpagina of schrijf je in voor onze mailing via een mail naar fica@inholland.nl The post Inspiratiedag fieldlabs Food Tech Brainport appeared first on FICA.nl.

Project PLINT Ondervoeding – We Design Food

We Design Food is een food concept bureau waar het design de succesfactor bepaalt, voor elke onderneming waar goed en doordacht eten een meerwaarde heeft. Het design stopt niet bij conceptontwikkeling of het creëren van een nieuw product; het stroomt naadloos over in de uitvoering en het sturen op data en feedback. Eten, smaak en een culinaire beleving zijn fluïde, en hebben een strategie nodig om te excelleren. We Design Food is als een vis in het water in de retail en foodservice, en hun services beantwoorden de vraag van nu en morgen. We Design Food kijkt dus naar wat er komen gaat en hoe het beter en verser kan. Ookwel food van de toekomst genoemd. Eén keer per jaar gaan ze een project aan dat ze aan het hart gaat, dit jaar is dat project PLINT Ondervoeding. Wat maakt het dat We Design Food heeft gezegd; we nemen graag deel aan dit project? Eigenaar van We Design Food Louis Meisen vertelt: “Het is belangrijk om een netwerk te hebben los van onze commerciële inslag. En daarbij onze visie om mee te denken over problematiek in de maatschappij. Het is een mooie combinatie van het bedrijfsleven, de hogescholen en de zorgtak.” Wat is voor jullie de toegevoegde waarde van dit project? “Mede door project PLINT Ondervoeding komen wij nu ook in een ander netwerk terecht. Het is goed om met alle betrokkenen voor een langere periode bij elkaar te zitten om in dit geval het probleem ‘ondervoeding’ aan te pakken.” We Design Food neemt deel aan dit proces voor de creativiteit, wat volgens Louis een leuke uitdaging is: “De ouderen worden ook steeds kritischer, hier moeten we goed op inspelen en creatief in zijn. We vinden het heel tof om ons daarmee bezig te houden.” Hoe is het vanuit de bedrijfskant om met studenten samen te werken en hoe verloopt dat, zie je hier wat in? “Het is leuk om met jongeren te werken en onze kennis te delen. Het is belangrijk voor de fases in het project dat je genoeg wetenschappelijke basis krijgt voor een beslissing. Het is nuttig om studenten te betrekken hierbij.” We Design Food werkt altijd al met stagiaires en heeft connecties met de hotelschool en verschillende hogescholen. In Louis zijn ogen kan het niet anders dan het zo breed mogelijk aanpakken; “Het is juist interessant om ook met andere studierichtingen kennis te maken.” Wat voor resultaat hopen jullie uit project PLINT Ondervoeding te halen? “We hopen echt in real life iets neer te zetten. Denk aan een box die we daadwerkelijk bij de ouderen afleveren. Ik denk altijd vanuit resultaat. Wat wij gaan bedenken, dus wat er in de box komt, gaan we dan ook samen opzetten en daadwerkelijk realiseren.” We Design Food vindt het belangrijk dat studenten zien wat een wetenschappelijke weg kan opleveren en probeert daar dan ook op te pushen om daadwerkelijk resultaat af te leveren. “Daarnaast is het belangrijk wat er straks na oplevering gebeurt bij de doelgroep. De zorgverlener die elke dag de ouderen moet voeden maar ook bij de ouderen zelf”. Wat is er tot nu toe tot stand gekomen? Tot nu hebben de studenten samen met partners We Design Food en Vers aan Tafel de hoofd- en deelvragen gedefinieerd en een enquête voorbereid. Het project is voor de studenten helder en de enquête zal uitgestuurd worden. “Met de respons op de vragen wordt het kwalitatieve deel afgerond. We kijken uit naar het verdere verloop van project PLINT Ondervoeding!” Benieuwd naar de studenten en hun ervaring met de projecten? Neem dan een kijkje op Inholland. The post Project PLINT Ondervoeding – We Design Food appeared first on FICA.nl.

Anders bemesten: Welke bloemkool is lekkerder en voedzamer?

De invloed van het wél of niet onderwerken van vaste mest op de smaak en nutritionele waarde van bloemkool Door Floor van der Marel, Demy Huijsman en Romée Wildeman  In het project‘Duurzame bloemkool’worden op percelen van bloemkooltelers Wim Reus en Pé Slagter in Noord-Holland onderzocht wat de invloed is van het niet onderwerken van vaste mest op de bodemkwaliteit, uitspoeling naar oppervlaktewater, onder- en bovengrondse biodiversiteit, opbrengst en productkwaliteit van de gewassen. Het niet onderwerken van de mest heeft naar verwachting een positief effect op de bodem en biodiversiteit, maar wat is het effect op de kwaliteit van de bloemkool als we kijken naar inhoudsstoffen en sensorische aspecten? Om erachter te komen welke vorm van bemesting de meeste positieve effecten heeft op de kwaliteit van de bloemkolen, kijkend naar de inhoudsstoffen en sensorische eigenschappen zoals kleur, geur en structuur, hebben drie studenten van Hogeschool Inholland onder leiding van Amsterdam Green Campus een onderzoek uitgevoerd. De vraagstelling luidde: heeft het niet onderwerken van mest[1] invloed op de inhoudsstoffen en sensorische eigenschappen van bloemkool? En zo ja, is dit dan een negatieve of een positieve invloed? Sensorische aspecten – Welke bloemkool is lekkerder? Om antwoord te geven op de vraag of de manier van bemesting van de bodem invloed heeft op de kleur, geur, structuur en smaak van de bloemkool is een sensorische test uitgevoerd. Veertig respondenten mochten de proef op de som nemen en een “bovengronds bemeste bloemkool” en een “ondergronds bemeste bloemkool” beoordelen. Monsters van beide bloemkolen zijn kort geblancheerd voordat ze aan de deelnemers van het onderzoek werden gepresenteerd volgens het principe van de QDA[2]-test. Bij deze testopzet worden de monsters beschreven aan de hand van een aantal eigenschappen, waarna de testpersonen deze eigenschappen van elk monster los van elkaar moeten beoordelen. Hieruit volgt een gemiddelde van alle testpersonen. Tijdens de test zijn vragen gesteld met betrekking tot uiterlijk, geur, smaak, structuur en voorkeur. Ook is er ruimte gegeven voor aanvullende opmerkingen.   Uit de sensorische test is gebleken dat er op veel vlakken geen groot aantoonbaar verschil was op basis van uiterlijk, geur en smaak. Waar wel aantoonbaar verschil in zat tussen de twee bloemkolen is de ‘muffige’ en de ‘aardse’ geur. De geur van de ondergronds bemeste bloemkool werd meer ‘muffig’ gevonden en de bovengronds bemeste meer ‘aards’. Ook werd waargenomen dat er verband is tussen de korreligheid van de bloemkool en de sterkte van de nasmaak, op welke beide de bloemkool waar de grond wel ondergewerkt was het hoogste scoorde.  Inhoudsstoffen – Welke bloemkool is gezonder? Om de inhoudsstoffen van de bloemkool van ondergronds bemeste bodem en bovengronds bemeste bodem met elkaar te vergelijken zijn lab analyses uitgevoerd.  De ondergronds bemeste bloemkool bevatte dubbel zoveel calcium als de bovengronds bemeste bloemkool (8,8 gram vs. 4,4 gram). Calcium zorgt voor de opbouw en onderhoud van botten en voor de goede werking van zenuwen en spieren. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van calcium is 950 milligram. Ook op zinkgehalte scoorde de ondergronds bemeste bloemkool hoger. Zink zorgt voor groei en opbouw van weefsel en een goede werking van het afweersysteem. Het sulfaatgehalte in de ondergronds bemeste bloemkool lag per kilo droge stof ook 2 gram hoger dan in de bovengronds bemeste bloemkool. De bovengronds bemeste bloemkool bevatte daarentegen een hoger gehalte vitaminen B9, B11 en een opvallend hoog vitamine C gehalte. Vitamine B11 helpt bij de groei en optimale werking van het lichaam en aanmaak van rode en witte bloedcellen. Vitamine C is een antioxidant welke helpt bij het in stand houden van het immuunsysteem.  Het gehalte magnesium, stikstof en natrium bleek nagenoeg gelijk in de ondergronds en bovengronds bemeste bloemkolen. Op de laatste scoorden beide bloemkolen hoog. De bovengronds bemeste bloemkool het hoogst met 200 mg/kg droge stof.  Conclusie De ene bloemkool ruikt aardser, de ander muffiger. In korreligheid en nasmaak zijn ze anders en zijn er een aantal aantoonbare verschillen tussen de bovengronds en ondergronds bemeste bloemkool. Het is dan nu de vraag of deze verschillen echt van belang zijn. Wat betreft de inhoudsstoffen, hebben beide bloemkolen ieder hun eigen positieve effecten op de gezondheid van de mens, zeker als we kijken naar de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Over het geheel laten de kleine verschillen niet zien dat de ene bloemkool per se beter is in smaak of kwaliteit dan de ander.   Is het niet onderwerken van mest bij de bouw van bloemkool de oplossing voor hogere biodiversiteit, een gezondere bodem en een hogere kwaliteit bloemkool? Het project “Duurzame bloemkool” loopt van 2020 tot 2023. De verwachting is dat bovengronds bemesten positieve effecten heeft op de bodem en de biodiversiteit en het minst belastend voor de omgeving. Om daar conclusies over te kunnen trekken is data van meerdere jaren nodig.   Dit is het eerste onderzoek naar het effect op de smaak en nutritionele waarde van de bloemkolen. Het onderzoek[3] zal zeker nog twee keer herhaald worden.  Mogelijk kunnen we in de toekomst stellen dat het niet onderwerken van de mest de meest duurzame manier is om bloemkool te verbouwen en dit ook nog gezondere bloemkolen oplevert!  Wilt u het verdere verloop van dit onderzoek op de voet volgen? Ga dan naar www.amsterdamgreencampus.nl/duurzame-bloemkool-niet-onderwerken-van-vaste-mest [1] Tijdens het onderzoek is er gebruik gemaakt van geitenmest [2] Quantitative Descriptive Analysis [3] Dit onderzoek is begeleid door Vera van Stokkom en Feike van der Leij van de opleiding Food Commerce & Technology van Hogeschool Inholland en Roos van Maanen en Lisa Bibbe van de Amsterdam Green Campus The post Anders bemesten: Welke bloemkool is lekkerder en voedzamer? appeared first on FICA.nl.

Start sensorisch onderzoek ‘Duurzame bloemkool’

Op de Amsterdam Green Campus komen onderzoekers, studenten, overheid en bedrijfsleven bij elkaar. ‘Duurzame bloemkool.’ Daarover gaat een van de projecten van de Amsterdam Green Campus. De vraag is of je strorijke stalmest op de akker kunt laten liggen voor een betere opbrengst van bloemkool. Normaal wordt de mest ondergewerkt. In de periode 2020-2023 worden er metingen gedaan aan de fysische, chemische en biologische bodemeigenschappen. Naast het onderzoek naar bodemeigenschappen, wordt binnen het project ook gekeken naar het effect op de kwaliteit en smaak van de bloemkool. Studenten van Hogeschool Inholland zijn op dit moment bezig met dit onderzoek. Ze hebben verschillende inhoud stoffen van bloemkolen van de verschillende behandelingen (ondergewerkte mest, niet ondergewerkte mest en reguliere teelt) laten analyseren in het lab. Daarnaast hebben ze smaaktesten uitgevoerd bij een grote groep testpersonen (zie foto’s). De resultaten zullen samengevat worden in een artikel die aan het begin van 2022 zal worden gepubliceerd.  Ook de tweede rapportage voor het project ‘Duurzame bloemkool’ is inmiddels opgeleverd. Deze zal binnenkort beschikbaar worden gesteld op de website van Amsterdam Green Campus. The post Start sensorisch onderzoek ‘Duurzame bloemkool’ appeared first on FICA.nl.

Scroll naar boven